Hoe groepen mensen in elkaar zitten

In deze tijden waarin tegen racisme wordt betoogd, standbeelden worden beklad en neergehaald, en humor plots moeilijk te verteren blijkt, lijkt alle zin voor een beetje verstandig en realistisch nadenken zoek. Hele gemeenschappen krijgen vanuit diverse hoeken een stempel.

In elk land, elke gemeenschap, elk beroep, elke godsdienst en elke mogelijke groep mensen zijn er goede mensen en is er uitschot. Bij blanken zijn er goeie en uitschot. Bij zwarten zijn er goeie en uitschot. Bij christenen zijn er goeie en uitschot. Bij Joden zijn er goeie en uitschot. Bij moslims zijn er goeie en uitschot. En zo voort…

Nochtans zit de mens redelijk eenvoudig in elkaar:

Is er in de ene groep meer meer uitschot dan in andere of zijn er in de ene groep meer goede mensen dan in andere groepen? Neen. De verschillen zullen mijns inziens minimaal zijn.

De problemen starten wanneer ideologische, politieke of religieuze argumenten worden aangehaald om uitschot toe te laten zich als uitschot te gedragen of – erger nog – wanneer uitschot wordt verkozen.

Zo zijn er rechtse groeperingen die de acties van racistisch uitschot minimaliseren en zijn er linkse groeperingen die de acties van migrantenuitschot minimaliseren, allemaal om hun kiesvee terwille te zijn. Hetzelfde geldt voor godsdienst (misbruik in het katholicisme, afgrijselijke zaken in godsdienstige sekten, lichamelijke mutilatie in de islam) waar uitschot vrij spel krijgt.

Het ogenblik dat de vele goede mensen echt samenkomen en gezamenlijk nee zeggen tegen alle uitschot, ongeacht waar het vandaan komt en welke achtergrond het heeft, dan pas zal de maatschappij een grote stap vooruit zetten. De echte wapens daartoe zitten in de handen van de verkozenen des volks, maar die durven niet en zijn slappe vaatdoeken die gebukt lopen onder hun beperkende ideologie – ze hebben andere prioriteiten die hen verhinderen om te doen waarvoor ze écht verkozen zijn: ten dienste staan van iedereen. En het gerecht volgt gedwee en machteloos in hun voetstappen zodat een deel van het uitschot straffeloos kan herbeginnen.

Hoor je dus iemand in je omgeving een veralgemening uitspreken (‘Walen zijn lui’, ‘migranten horen hier niet’, ‘Vlamingen zijn racisten’ enz.), wijs die dan meteen terecht, bij voorkeur met argumenten (ook al helpen die bij fanatici niet). Als dat regelmatig gebeurt, dan krijgt die persoon heel misschien wat voortschrijdend inzicht. En wat inzicht kunnen we in álle bevolkingsgroepen best gebruiken.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *