Schrijven en het impostersyndroom

Deze maand is m’n nieuwe boek verschenen. Het achtste al, het zevende bij uitgeverij Lannoo. Het ligt al in de boekhandel en volgende week op de boekenbeurs.

De nieuwste telg

Fantastisch! Bijzonder! Geweldig! Goed gedaan!

Zou je misschien zeggen…

Maar de reacties zijn tot dusver niet-bestaand.

Is dat erg? Nee, eigenlijk niet. Schrijven doe je immers niet voor een ander, wel voor jezelf. Voor de voldoening iets op papier te hebben gezet dat een uitgeverij de moeite waard vindt.

Maar een schrijver, auteur of hoe je me ook noemen wilt, is een raar beestje. Die wil ook erkenning. Met als gevolg dat hij of zij doet wat absoluut niet mag gedaan worden: vergelijken.

Natuurlijk zou ik dolgraag hetzelfde mediasucces kennen als een Lize Spit of honderdduizenden exemplaren verkopen zoals Pascale Naessens met haar kookboeken.
Natuurlijk zou ik wat graag mijn boek vertaald zien in heel wat talen en prijzen winnen, zoals taaljournalist Gaston Dorren.
Natuurlijk zou ik graag signeren op de boekenbeurs en een hele rij fans voor me zien staan.

Maar dat is niet het geval. En dat is de start van het impostersyndroom. Je onderschat je eigen prestaties en je hebt schrik dat mensen zullen ontdekken dat je eigenlijk geen echte kwaliteiten hebt. En je eventuele succes is louter te wijten aan toeval of geluk, niet aan je capaciteiten.

Ik moet toegeven dat ik er ook aan lijd. En het gevoel dat je eraan overhoudt, is verschrikkelijk en denigrerend. Dit syndroom is niet echt iets wat goed doet aan je zelfbeeld, integendeel!

Maar gelukkig houdt het me niet tegen om verder te doen. Zo blijf ik nieuwe boeken en publicaties schrijven, blijf ik m’n taalblog onderhouden, en schrijf ik ook hier af en toe wanneer ik inspiratie krijg voor een nieuw artikel.

Ik schrijf uiteraard geen romans of andere proza waar in de media zo veel meer aandacht voor is. En ik schrijf evenmin academische teksten of boeken die zo vernuftig in elkaar zitten dat ze op een gigantische buitenlandse interesse kunnen rekenen.

Nee, ik beperk me tot weetjes, dingetjes voor jong en oud, waarvan ik hoop dat mensen ze voldoende interessant vinden om de boeken af en toe eens open te slaan. Maakt me dat een groot schrijver? Neen. Maar iedereen geeft een andere invulling aan ‘groot’ natuurlijk. En ik besef ook wel dat ik het net meer dan prima doe in vergelijking met de talloze mensen die geen uitgeverij vinden of die maar heel weinig boeken verkopen. Die gedachte helpt dan weer als het te moeilijk wordt.

En de boer, hij ploegde gewoon verder. Met of zonder vervelend syndroom.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *